Citaat | Parket bij de Hoge Raad 20 januari 2012

Alinea 49 Parket bij de Hoge Raad 20 januari 2012

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 20 januari 2012, ECLI:NL:PHR:2012:BU8515.

2.16. Waar het hof in rov. 3.3.6 overweegt dat de opvatting van de voorzitter van de Rechtbank van Koophandel te Gent 'daartoe' onvoldoende is, had het hof het oog op de vraag of DCC een voor verrekening vatbare vordering heeft op N.V. Illinois en [verweerster 2]; niet op de vraag of de vordering van deze schuldeisers opeisbaar is. Ten aanzien van de vraag of de vorderingen uit geldlening van N.V. Illinois en [verweerster 2] op DCC opeisbaar zijn, heeft het hof in het voetspoor van de stellingen van DCC onderscheid gemaakt tussen de vraag of de (naar het oordeel van het hof: kort lopende) geldleningen opeisbaar zijn en de vraag of N.V. Illinois en [verweerster 2] misbruik van recht maken, te weten: misbruik van de bevoegdheid om als schuldeiser het faillissement aan te vragen. Om zijn beslissing en de gronden waarop deze berustte voor de lezer begrijpelijk te doen zijn, behoefde het hof niet nogmaals in te gaan op het oordeel in kort geding van de voorzitter. De onderdelen 4.6 en 4.7 falen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/855a34f50602af184cfc90517632a8532562263826936b7a286f1868917315c4. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 855a34f50602af184cfc90517632a8532562263826936b7a286f1868917315c4, en de alinea staat in dat document op bytes 26087 tot 27105.