Citaat | Parket bij de Hoge Raad 20 maart 2012
Alinea 71 Parket bij de Hoge Raad 20 maart 2012
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 20 maart 2012, ECLI:NL:PHR:2012:BU8695.
3.10. Terugblikkend was het op de door het openbaar ministerie ingezette weg verstandig geweest indien de officier van justitie tijdig de oorspronkelijke dagvaarding had ingetrokken en vervolgens een nieuwe dagvaarding had doen uitgaan, waarop eveneens de onder 3 en 4 vermelde feiten zouden figureren. Een discussie over de vraag waar in deze zaak de door artikel 68 Sr gemarkeerde grenzen van het tenlastegelegde liggen was dan overbodig geweest. De rechtbank was van oordeel dat de onder 3 en 4 vermelde feiten de grenzen van het oorspronkelijk tenlastegelegde niet te buiten gingen; het hof vond van wel. Ofschoon 's hofs beslissing op dat punt thans niet aan het oordeel van de Hoge Raad is onderworpen wil ik hierna adstrueren welke immense problemen de processuele gang van zaken in eerste en tweede aanleg oproept.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b079c73e138c102fdee485adfd61fcf659a937484736c47261e0c2abdfbb672b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b079c73e138c102fdee485adfd61fcf659a937484736c47261e0c2abdfbb672b, en de alinea staat in dat document op bytes 29429 tot 30264.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/b079c73e138c102fdee485adfd61fcf659a937484736c47261e0c2abdfbb672b | shasum -a 256