Citaat | Parket bij de Hoge Raad 7 februari 2012

Alinea 37 Parket bij de Hoge Raad 7 februari 2012

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 7 februari 2012, ECLI:NL:PHR:2012:BU8730.

16. Ingevolge art. 71 Sr vangt de verjaringstermijn aan op de dag na die waarop het feit is gepleegd. De inhoud van de delictsomschrijving moet volledig zijn vervuld, alvorens sprake kan zijn van een "gepleegd" feit en aldus van de start van verjaring op de dag daarna. Aan de verjaringsvoorschriften ligt immers ten grondslag dat het tijdsverloop vermindering van strafbehoefte en bewijsverzwakking met zich kan brengen. Gaat het om een voortdurend delict, dan zal de verjaring pas aanvangen op de dag nadat de verboden toestand is geëindigd.(10) Bij voortdurende omissiedelicten geldt als beginpunt van de verjaring de dag volgende op die waarop het verzuim nog rechtens had kunnen worden voorkomen.(11) Bij een voortdurend commissiedelict kan de verjaring reeds tijdens de tenlastegelegde periode aanvangen, afhankelijk van wanneer de laatste handeling in die periode is verricht.(12)

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/63a41282588a7b0eea79fc712fb631c5598447793e4222263d908ca9f3403419. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 63a41282588a7b0eea79fc712fb631c5598447793e4222263d908ca9f3403419, en de alinea staat in dat document op bytes 17359 tot 18261.