Citaat | Parket bij de Hoge Raad 7 februari 2012
Alinea 39 Parket bij de Hoge Raad 7 februari 2012
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 7 februari 2012, ECLI:NL:PHR:2012:BU8730.
18. Voor zover het middel in de subsidiaire klacht zou beogen te stellen dat het hof heeft geoordeeld dat het onder 3 tenlastegelegde een omissiedelict betreft in plaats van een commissiedelict, berust het op een onjuiste lezing van de bestreden uitspraak en mist het middel in zoverre feitelijke grondslag. Het hof heeft immers bij zijn oordeel het zonder vergunning verrichten van werkzaamheden centraal gesteld, in welk oordeel besloten ligt dat het hof het onder 3 tenlastegelegde als een (voortdurend) commissiedelict aanmerkt en niet als een omissiedelict. De essentie van de strafbepaling is niet het nalaten een vergunning te verkrijgen, maar het verrichten van beleggingsactiviteiten zonder vergunning. Ook dit oordeel van het hof is rechtens niet onjuist.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/63a41282588a7b0eea79fc712fb631c5598447793e4222263d908ca9f3403419. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 63a41282588a7b0eea79fc712fb631c5598447793e4222263d908ca9f3403419, en de alinea staat in dat document op bytes 19775 tot 20554.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/63a41282588a7b0eea79fc712fb631c5598447793e4222263d908ca9f3403419 | shasum -a 256