Citaat | Parket bij de Hoge Raad 30 oktober 2012

Alinea 152 Parket bij de Hoge Raad 30 oktober 2012

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 30 oktober 2012, ECLI:NL:PHR:2012:BU8735.

4.21. Deze benadering, waarin beoordeling op basis van de stukken centraal staat, heeft haar wettelijk ankerpunt in art. 23 lid 4 Sv, een artikellid dat ook in de schriftuur wordt genoemd. Het artikellid schrijft in de eerste volzin voor dat het openbaar ministerie de op de zaak betrekking hebbende stukken aan de raadkamer overlegt. Daarmee wordt primair de rechterlijke oordeelsvorming gediend. Zonder de relevante stukken is de rechter niet goed in staat zich een oordeel te vormen over de rechtmatigheid van het beslag. Dat betekent dat een beklagrechter ambtshalve op de naleving van het voorschrift moet toezien. Met incomplete stukken kan hij geen genoegen nemen om de eenvoudige reden dat hij anders zijn taak - beoordelen of de inbeslagneming rechtmatig is - niet kan vervullen. Hij zal dus zo nodig, ook als de klager hem niet op de onvolledigheid van de stukken attendeert, op grond van art. 23 lid 1 Sv de overlegging van de ontbrekende stukken moeten bevelen. (9) In de schriftuur wordt er terecht op gewezen dat iets van deze gedachte ook doorklinkt in rov. 2.7 van de overzichtsbeschikking. Om de juiste beoordelingsmaatstaf te hanteren, moet, zo stelt de Hoge Raad, duidelijk zijn waarop het beslag is gegrond. Dat kan alleen maar duidelijk zijn als de beklagrechter beschikt over de relevante stukken.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4ce55091549816563d242ffcf5488b4010f65c3d6cfc13b6e36589510e5ff6d0. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4ce55091549816563d242ffcf5488b4010f65c3d6cfc13b6e36589510e5ff6d0, en de alinea staat in dat document op bytes 46016 tot 47348.