Citaat | Parket bij de Hoge Raad 30 oktober 2012
Alinea 155 Parket bij de Hoge Raad 30 oktober 2012
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 30 oktober 2012, ECLI:NL:PHR:2012:BU8735.
4.24. Min of meer ten overvloede merk ik nog het volgende op. De Rechtbank zag het kennelijk als een probleem dat het (gehele) strafdossier door het openbaar ministerie al aan het gerecht was overgelegd en dat dit dossier zich "lijfelijk" in het kabinet van de rechter-commissaris bevond. Inderdaad kan art. 23 lid 4 Sv niet zo uitgelegd worden dat het openbaar ministerie de relevante stukken in een dergelijk geval nogmaals aan de raadkamer van de rechtbank moet overleggen. Voor zover het om de originele stukken gaat, is dat, nu het openbaar ministerie daarover niet meer beschikt, zelfs onmogelijk. Aan het voorschrift van art. 23 lid 4 Sv kan het openbaar ministerie in een dergelijk geval voldoen door het verstrekken van een gespecificeerde opgave van de (zich al onder de rechtbank bevindende) stukken die op het beklag betrekking hebben.(13) Dat brengt een redelijke wetsuitleg van art. 23 lid 4 Sv mijns inziens met zich mee.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4ce55091549816563d242ffcf5488b4010f65c3d6cfc13b6e36589510e5ff6d0. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4ce55091549816563d242ffcf5488b4010f65c3d6cfc13b6e36589510e5ff6d0, en de alinea staat in dat document op bytes 49638 tot 50588.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/4ce55091549816563d242ffcf5488b4010f65c3d6cfc13b6e36589510e5ff6d0 | shasum -a 256