Citaat | Parket bij de Hoge Raad 13 maart 2012

Alinea 31 Parket bij de Hoge Raad 13 maart 2012

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 13 maart 2012, ECLI:NL:PHR:2012:BU8741.

3.6. Het is, meen ik, betrekkelijk evident dat de gebeurtenissen in de voorliggende zaak geen afspraken betreffen als hiervoor onder 1 bedoeld, alleen al omdat - naar thans in cassatie mag worden aangenomen - de officier van justitie geen (vordering tot) strafvermindering heeft toegezegd. Daarmee rest ons thans in cassatie de vraag naar de begrijpelijkheid van 's hofs oordeel dat de communicatie tussen [getuige] en justitie niet kan worden bestempeld als een afspraak zoals bedoeld onder 2, alsmede de vraag of dat oordeel niet getuigt van een onjuiste rechtsopvatting.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/98095fec6912360fab26126291bb1f8ddfc8cf137cdd799151b7bd1fb92f51d1. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 98095fec6912360fab26126291bb1f8ddfc8cf137cdd799151b7bd1fb92f51d1, en de alinea staat in dat document op bytes 14310 tot 14896.