Citaat | Parket bij de Hoge Raad 13 maart 2012

Alinea 52 Parket bij de Hoge Raad 13 maart 2012

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 13 maart 2012, ECLI:NL:PHR:2012:BU8741.

4.4. Zoals gezegd houdt het gevoerde verweer in dat het voor de verdachte niet mogelijk is geweest om het slachtoffer van het leven te beroven in het korte tijdsbestek gelegen tussen 12.16 en 13.12 uur. Dat dit verweer geen bespreking behoeft, is niet onbegrijpelijk. Het hof heeft in dit verband namelijk geloof gehecht aan het onder 3 tot het bewijs gebezigde proces-verbaal, waarin de opsporingsambtenaar (en forensisch onderzoeker) relateert dat het tijdstip van overlijden van het slachtoffer de betreffende dag kan hebben gelegen tussen 07.51 uur en 13.21 uur. Deze conclusie is getrokken met behulp van het zogeheten nomogram van Henssge. Het hof is daarmee toereikend gemotiveerd afgeweken van de veronderstelling die aan het verweer ten grondslag is gelegd. Daardoor verviel de noodzaak om ook nog eens inhoudelijk in te gaan op het verweer zelf.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/98095fec6912360fab26126291bb1f8ddfc8cf137cdd799151b7bd1fb92f51d1. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 98095fec6912360fab26126291bb1f8ddfc8cf137cdd799151b7bd1fb92f51d1, en de alinea staat in dat document op bytes 27283 tot 28151.