Citaat | Parket bij de Hoge Raad 13 maart 2012

Alinea 13 Parket bij de Hoge Raad 13 maart 2012

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 13 maart 2012, ECLI:NL:PHR:2012:BU8746.

5.2. In de daarop volgende procedure stond centraal de vraag of, en zo ja, door welke daad of daden van vervolging de verjaring (van de aan verdachte tenlastegelegde feiten) is gestuit. Zoals gezegd heeft deze zaak de Hoge Raad al eerder bereikt. In de vorige (cassatie)ronde was (onder meer)(3) de vraag aan de orde of de (aan de raadsman van verdachte gerichte) brief van de officier van justitie van 25 januari 2008, waarin de officier van justitie mededeelde dat hij voornemens was de verdachte te vervolgen ter zake van de in die brief aangeduide strafbare feiten, de verjaring had gestuit. Onder verwijzing naar eerdere rechtspraak oordeelde de Hoge Raad dat een daad van vervolging in de zin van art. 72 Sr die de verjaring stuit, een daad betreft die erop is gericht een voor tenuitvoerlegging vatbare beslissing van de rechter te verkrijgen. Gelet daarop had het Hof de brief van de officier van justitie ten onrechte aangemerkt als een daad vervolging waardoor de verjaring was gestuit, aldus de Hoge Raad.(4) En zo ging de zaak terug naar het Hof.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/136c1ddf5eb55fec3e4d563e0462cf117783075f4350e151137f77011dded9ad. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 136c1ddf5eb55fec3e4d563e0462cf117783075f4350e151137f77011dded9ad, en de alinea staat in dat document op bytes 7186 tot 8257.