Citaat | Parket bij de Hoge Raad 13 maart 2012
Alinea 31 Parket bij de Hoge Raad 13 maart 2012
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 13 maart 2012, ECLI:NL:PHR:2012:BU8746.
6.3. Zoals wij al zagen (hiervoor, onder 5.2), lijkt de Hoge Raad als definitie van een daad van vervolging in de zin van art. 72 Sr te hanteren "een daad welke erop is gericht een voor tenuitvoerlegging vatbare beslissing van de rechter te verkrijgen". Met die definitie valt goed te werken als de zaak eenmaal aanhangig is gemaakt en het onderzoek ter zitting is aangevangen. Iedere justitiële activiteit die de definitieve einduitspraak dichterbij brengt, kan dan een daad van vervolging heten. Hooguit kan men zich afvragen of bijvoorbeeld de behandeling ter terechtzitting - die in elk geval in de literatuur wel als een daad van vervolging wordt aangemerkt(7) - gericht is op het verkrijgen van een voor tenuitvoerlegging vatbare beslissing. Een vrijspraak is niet een voor tenuitvoerlegging vatbare beslissing, terwijl de behandeling ter zitting wel mede op een mogelijke vrijspraak gericht moet zijn. Dat onderzoek is anders gezegd niet eenzijdig gericht op het verkrijgen van een voor tenuitvoerlegging vatbare beslissing. En misschien moet dat - gelet op de magistratelijke positie die het OM in ons strafproces bekleedt - wel voor alle vervolgingsdaden van OM en rechter gelden.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/136c1ddf5eb55fec3e4d563e0462cf117783075f4350e151137f77011dded9ad. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 136c1ddf5eb55fec3e4d563e0462cf117783075f4350e151137f77011dded9ad, en de alinea staat in dat document op bytes 16771 tot 17974.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/136c1ddf5eb55fec3e4d563e0462cf117783075f4350e151137f77011dded9ad | shasum -a 256