Citaat | Parket bij de Hoge Raad 13 maart 2012
Alinea 35 Parket bij de Hoge Raad 13 maart 2012
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 13 maart 2012, ECLI:NL:PHR:2012:BU8746.
"Toepassing van deze bevoegdheden buiten het gerechtelijk vooronderzoek is derhalve beperkt tot het geval waarin de officier van justitie een vordering daartoe aan de rechter-commissaris richt. Daarmee wordt bereikt, dat geen onduidelijkheid bestaat over de vraag wie het in het opsporingsonderzoek voor het zeggen heeft. Dat is en blijft de officier van justitie. Mogelijk wordt slechts gemaakt dat de rechter-commissaris in het kader van dat opsporingsonderzoek door de officier van justitie kan worden benaderd met het oog op de aan hem toebedeelde bevoegdheden tot doorzoeking en het bevelen van uitlevering. Daarmee wordt aangesloten bij constructies die ook thans reeds, bij andere bevoegdheden, bestaan. Zo kan de officier van justitie de rechter-commissaris benaderen met de vordering een bevel tot bewaring van de verdachte te verlenen (artikel 64 Sv), en kan hij van de rechter-commissaris vorderen dat deze machtigt tot het opnemen van telecommunicatie met een technisch hulpmiddel (artikel 126m Sv)."(10)
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/136c1ddf5eb55fec3e4d563e0462cf117783075f4350e151137f77011dded9ad. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 136c1ddf5eb55fec3e4d563e0462cf117783075f4350e151137f77011dded9ad, en de alinea staat in dat document op bytes 21724 tot 22753.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/136c1ddf5eb55fec3e4d563e0462cf117783075f4350e151137f77011dded9ad | shasum -a 256