Citaat | Parket bij de Hoge Raad 13 maart 2012
Alinea 51 Parket bij de Hoge Raad 13 maart 2012
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 13 maart 2012, ECLI:NL:PHR:2012:BU8746.
7.4. In de artt. 21 e.v. Sv zijn geen bepalingen opgenomen die vergelijkbaar zijn met het bepaalde in art. 301 Sv. Dat de relevante stukken moeten worden voorgelezen of dat daarvan tenminste de korte inhoud moet worden meegedeeld, is dus niet voorgeschreven. Voldoende is dat de procesdeelnemer (in dit geval de verdachte) kennis heeft kunnen nemen van de van belang zijnde stukken. De klacht dat de bedoelde dagvaarding en de akte van uitreiking tijdens de raadkamerbehandeling niet uitdrukkelijk zijn voorgehouden, faalt derhalve. Zij stelt een eis die geen steun vindt in het recht.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/136c1ddf5eb55fec3e4d563e0462cf117783075f4350e151137f77011dded9ad. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 136c1ddf5eb55fec3e4d563e0462cf117783075f4350e151137f77011dded9ad, en de alinea staat in dat document op bytes 31748 tot 32346.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/136c1ddf5eb55fec3e4d563e0462cf117783075f4350e151137f77011dded9ad | shasum -a 256