Citaat | Parket bij de Hoge Raad 15 mei 2012
Alinea 27 Parket bij de Hoge Raad 15 mei 2012
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 15 mei 2012, ECLI:NL:PHR:2012:BU8773.
3.5.1. In het Wetboek van Strafvordering zoekt men tevergeefs naar een definitie van het begrip 'verhoor'. Op zichzelf beschouwd is dat opmerkelijk, want het verhoor van de verdachte is nog immer een van de meest gebruikte bewijsmiddelen. De wetgever zal waarschijnlijk gemeend hebben dat een definitie van het begrip 'verhoor' overbodig is, omdat voor eenieder duidelijk zou zijn wat daaronder moet worden verstaan. Doorgaans wordt hierbij in het bijzonder gedacht aan de ondervraging van de verdachte in een daartoe ingerichte ruimte op het politiebureau of in een gebouw van justitie. De waarborgen waarmee het verhoor van de verdachte is omkleed zouden echter geweld worden aangedaan indien de reikwijdte van het begrip 'verhoor' zich uitsluitend zou beperken tot de ondervragingen op dergelijke locaties. De plaats waar en het moment waarop bakenen het verhoor niet af. Illustratief zijn de overwegingen van de Hoge Raad in een geval waarin een opsporingsambtenaar ter plekke aan de (kennelijke) bestuurder van een onjuist geparkeerde auto had gevraagd of hij die auto had geparkeerd op de aangetroffen wijze. Aan die vraag had de cautie vooraf moeten gaan, aldus (in mijn woorden) de Hoge Raad. Hieromtrent overwoog de Hoge Raad:
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2caf27babbef8c20b0c5bc8cf88d2340bf8da4c6d3f3d4fa303ea5b84db02c50. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2caf27babbef8c20b0c5bc8cf88d2340bf8da4c6d3f3d4fa303ea5b84db02c50, en de alinea staat in dat document op bytes 11776 tot 13024.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/2caf27babbef8c20b0c5bc8cf88d2340bf8da4c6d3f3d4fa303ea5b84db02c50 | shasum -a 256