Citaat | Parket bij de Hoge Raad 15 mei 2012
Alinea 34 Parket bij de Hoge Raad 15 mei 2012
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 15 mei 2012, ECLI:NL:PHR:2012:BU8773.
3.5.4. Het geval dat ten grondslag lag aan HR 20 juni 1995(4) betrof de vraag die een verbalisant had gesteld bij gelegenheid van een (toen nog) "huiszoeking", namelijk de vraag aan de bewoner of het gevonden wapen zijn eigendom was. Deze vraag werd door hem bevestigend beantwoord. Het hof oordeelde dat de vraag een informatieve was, aangezien zowel de (latere) verdachte als zijn vriendin in aanmerking kwamen voor het voorhanden hebben van het wapen. De Hoge Raad accordeerde dit oordeel met de overweging dat uit 's hofs vaststellingen op het tijdstip van de vraag niet zonder meer een redelijk vermoeden van schuld voortvloeide.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2caf27babbef8c20b0c5bc8cf88d2340bf8da4c6d3f3d4fa303ea5b84db02c50. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2caf27babbef8c20b0c5bc8cf88d2340bf8da4c6d3f3d4fa303ea5b84db02c50, en de alinea staat in dat document op bytes 15612 tot 16260.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/2caf27babbef8c20b0c5bc8cf88d2340bf8da4c6d3f3d4fa303ea5b84db02c50 | shasum -a 256