Citaat | Parket bij de Hoge Raad 15 mei 2012

Alinea 42 Parket bij de Hoge Raad 15 mei 2012

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 15 mei 2012, ECLI:NL:PHR:2012:BU8773.

3.6.2. Keulen en Knigge onderscheiden twee elementen in de hiervoor aangehaalde definitie van het begrip 'verhoor'.(8) Het eerste element is dat de betrokken persoon wordt gehoord in de hoedanigheid van verdachte. Daartoe dient hij door een opsporingsambtenaar feitelijk als zodanig te zijn aangemerkt. Diezelfde persoon kan evenwel ook nog successievelijk worden gehoord als getuige.(9) Het tweede element heeft betrekking op het karakter van de gestelde vragen. Uitsluitend de vragen die door een opsporingsambtenaar aan een verdachte worden gesteld over diens betrokkenheid bij het vermoedelijk gepleegde feit hebben te gelden als onderdeel van een verhoor.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2caf27babbef8c20b0c5bc8cf88d2340bf8da4c6d3f3d4fa303ea5b84db02c50. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2caf27babbef8c20b0c5bc8cf88d2340bf8da4c6d3f3d4fa303ea5b84db02c50, en de alinea staat in dat document op bytes 19445 tot 20119.