Citaat | Parket bij de Hoge Raad 15 mei 2012

Alinea 44 Parket bij de Hoge Raad 15 mei 2012

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 15 mei 2012, ECLI:NL:PHR:2012:BU8773.

3.7.1. Uit een en ander vloeit m.i. voort dat niet iedere door een politieman aan een verdachte gestelde vraag onderdeel is van een verhoor. Typerend voor een verhoor is het stellen van vragen aan een persoon die is aan te merken als verdachte, en dit teneinde onderzoek te doen naar de (ware) toedracht van het delict ter zake waarvan het vermoeden van schuld is gerezen, zulks ten behoeve van een eventuele strafvervolging. Waar het in essentie om gaat is dat de verdachte binnen het bestek van de waarheidsvinding geen verklaringen worden ontlokt over zijn betrokkenheid bij een vermoedelijk gepleegd strafbaar feit onder voorbijgaan aan de waarborgen waarmee het verhoor van de verdachte is omringd.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2caf27babbef8c20b0c5bc8cf88d2340bf8da4c6d3f3d4fa303ea5b84db02c50. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2caf27babbef8c20b0c5bc8cf88d2340bf8da4c6d3f3d4fa303ea5b84db02c50, en de alinea staat in dat document op bytes 20572 tot 21288.