Citaat | Parket bij de Hoge Raad 15 mei 2012
Alinea 95 Parket bij de Hoge Raad 15 mei 2012
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 15 mei 2012, ECLI:NL:PHR:2012:BU8773.
6 Zie naast het eerstgenoemd arrest HR 2 oktober 1979, LJN AB7396, NJ 1980/243 m.nt. Mulder, ook: HR 3 juli 1989, LJN ZC8170, NJ 1990/121 ("als 'verhoor' in art. 29 Sv moeten worden beschouwd de vragen aan een verdachte betreffende diens betrokkenheid bij een strafbaar feit. Het door een opsporingsambtenaar krachtens art. 52 van dat Wetboek aan de verdachte vragen van zijn naam kan daartoe niet worden gerekend.") en HR 12 juli 2001, LJN AB2066, NJ 2001/510 ("Tot het voorafgaand aan de vordering tot uitlevering doen van de bedoelde mededeling aan de verdachte was de verbalisant, anders dan het middel betoogt, niet gehouden aangezien een dergelijke vordering niet heeft te gelden als een vraag naar de betrokkenheid bij een strafbaar feit.").
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2caf27babbef8c20b0c5bc8cf88d2340bf8da4c6d3f3d4fa303ea5b84db02c50. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2caf27babbef8c20b0c5bc8cf88d2340bf8da4c6d3f3d4fa303ea5b84db02c50, en de alinea staat in dat document op bytes 38963 tot 39725.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/2caf27babbef8c20b0c5bc8cf88d2340bf8da4c6d3f3d4fa303ea5b84db02c50 | shasum -a 256