Citaat | Parket bij de Hoge Raad 7 december 2012

Alinea 121 Parket bij de Hoge Raad 7 december 2012

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 7 december 2012, ECLI:NL:PHR:2012:BU8847.

6.2.18 Ik aarzel. Als we aannemen dat de Nederlandse regeling dat alleen in het eerste herzieningsjaar wordt uitgegaan van het totale belastingbedrag als basis voor de aftrek, ook in het licht van de Zesde richtlijn toepasbaar is, ligt het voor de hand dat in dat ene - verschillend behandelde - jaar, ook de modaliteiten van aftrek mogen afwijken van die van andere jaren, in die zin dat een 'vereenvoudigingsregel' bij de eerstejaarsherziening achterwege mag blijven, doch wel in de overige jaren gehanteerd kan worden. De vraag is of daaraan afdoet dat in het voorstel voor een Zesde richtlijn ook een tienprocentsregel was opgenomen voor de vaststelling van het 'gewone' pro rata. Het lijkt er derhalve op dat de richtlijngever oorspronkelijk uitdrukkelijk de bedoeling heeft gehad om ook in het eerste jaar (zij het in meer algemene zin) een tienprocentsregel te hanteren. Anderzijds: die regel heeft het niet gehaald en is in de Zesde richtlijn niet opgenomen. Dat duidt er op dat de lidstaten onder vigeur van de Zesde richtlijn (en de btw-richtlijn) de ruimte hebben om geen tienprocentsregel toe te passen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bb6c75c31ddd10dcc5f03a86fff7bfd6d2f3b0d150ab170bba0b8043de5dcb9e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bb6c75c31ddd10dcc5f03a86fff7bfd6d2f3b0d150ab170bba0b8043de5dcb9e, en de alinea staat in dat document op bytes 51318 tot 52446.