Citaat | Parket bij de Hoge Raad 7 december 2012
Alinea 29 Parket bij de Hoge Raad 7 december 2012
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 7 december 2012, ECLI:NL:PHR:2012:BU8847.
2.6 In april 2002 is het kunstencentrum in gebruik genomen. In verband met de ingebruikneming heeft belanghebbende aangifte gedaan van een levering in de zin van artikel 3, lid 1, aanhef en onderdeel h, van de Wet (hierna ook: 3-1-h-levering)(4) en heeft zij ter zake daarvan bij de aangifte over het tweede kwartaal van 2002 een bedrag van € 857.136(5) als verschuldigde omzetbelasting aangegeven (hierna: de 3-1-h-belasting). Van deze 3-1-h-belasting heeft belanghebbende op diezelfde aangifte 73%, ofwel € 625.710, op de voet van artikel 15, lid 1, aanhef en onderdeel c, aanhef en onder 3 van de Wet(6) in aftrek gebracht in verband met belast gebruik van het kunstencentrum.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bb6c75c31ddd10dcc5f03a86fff7bfd6d2f3b0d150ab170bba0b8043de5dcb9e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bb6c75c31ddd10dcc5f03a86fff7bfd6d2f3b0d150ab170bba0b8043de5dcb9e, en de alinea staat in dat document op bytes 9771 tot 10467.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/bb6c75c31ddd10dcc5f03a86fff7bfd6d2f3b0d150ab170bba0b8043de5dcb9e | shasum -a 256