Citaat | Parket bij de Hoge Raad 7 december 2012

Alinea 41 Parket bij de Hoge Raad 7 december 2012

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 7 december 2012, ECLI:NL:PHR:2012:BU8847.

7.3. Het onder punt 7.2 overwogene toepassend op de in rechte vastgestelde feiten en omstandigheden, komt het Hof tot de conclusie dat belanghebbende, economisch gesproken en bezien met de ogen van een modale consument, met het ter beschikking stellen van de theaterruimte één hoofdprestatie verricht met enkele bijkomende diensten. De wederpartij van belanghebbende zal het voorts bij de terbeschikkingstelling in de eerste plaats en hoofdzakelijk te doen zijn om de exclusieve gebruiksmogelijkheid te krijgen van een toegeruste theaterruimte voor het tegen betaling door en voor het publiek verzorgen van uitvoeringen of voorstellingen op het gebied van de toonkunst. Weliswaar omvat deze als dienst aan te merken prestatie dus meer handelingen, maar deze beschouwt het Hof als bijkomend. Zij vormen voor de afnemer van de prestatie als gebruiker van de ruimte namelijk even zovele middelen om de hoofddienst van belanghebbende zo aantrekkelijk mogelijk te doen zijn.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bb6c75c31ddd10dcc5f03a86fff7bfd6d2f3b0d150ab170bba0b8043de5dcb9e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bb6c75c31ddd10dcc5f03a86fff7bfd6d2f3b0d150ab170bba0b8043de5dcb9e, en de alinea staat in dat document op bytes 15910 tot 16894.