Citaat | Parket bij de Hoge Raad 7 december 2012
Alinea 64 Parket bij de Hoge Raad 7 december 2012
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 7 december 2012, ECLI:NL:PHR:2012:BU8847.
5.8 Mijns inziens volgt reeds uit de eerste procedure over het kunstencentrum (zie punt 2.7) dat aan de verschuldigdheid ter zake van een 3-1-h-levering niet meer kan worden getornd. In die eerste procedure is immers tot en met de Hoge Raad vastgesteld - zij het dat daarvan min of meer stilzwijgend is uitgegaan - dat zich een zodanige levering heeft voorgedaan. Een andersluidend - ex tunc werkend - arrest van het HvJ kan daaraan mijns inziens niet afdoen. De kracht van gewijsde staat daaraan in de weg.(15) Daarbij komt dat de onderhavige procedure betrekking heeft op een tijdvak waarin hoe dan ook de 3-1-h-levering en de heffing van omzetbelasting ter zake, niet aan de orde is. De in casu in geding zijnde belasting is in wezen slechts een procedure inzake de (eventuele) correctie van de mate van aftrek van voorbelasting na ingebruikneming van de onroerende zaak, waarbij de eerder geheven 3-1-h-belasting de 'rol' van voorbelasting heeft.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bb6c75c31ddd10dcc5f03a86fff7bfd6d2f3b0d150ab170bba0b8043de5dcb9e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bb6c75c31ddd10dcc5f03a86fff7bfd6d2f3b0d150ab170bba0b8043de5dcb9e, en de alinea staat in dat document op bytes 26067 tot 27030.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/bb6c75c31ddd10dcc5f03a86fff7bfd6d2f3b0d150ab170bba0b8043de5dcb9e | shasum -a 256