Citaat | Parket bij de Hoge Raad 11 mei 2012

Alinea 110 Parket bij de Hoge Raad 11 mei 2012

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 11 mei 2012, ECLI:NL:PHR:2012:BU8914.

(...) het toepassen van de 30%-bewijsregel [is] iets dat in de loonbelastingsfeer thuishoort om het belastbare loon vast te stellen. De vergoeding van extraterritoriale kosten is een vrije vergoeding ex art. 15a, lid 1, onderdeel j, Wet LB 1964. Althans dat was de geldende regel tot het arrest van 4 december 2009. Het (pas) in de inkomstenbelasting vaststellen van het juiste loon voor de loonbelasting, maakt het mogelijk ook in het inkomstenbelastingtraject rekening te houden met de 30%-bewijsregel. De belastingrechter in eerste aanleg, Rechtbank Breda, was duidelijk over de bruteringsmethodiek: het loon voor de loonbelasting van een werknemer met de 30%-bewijsregel berekent men voor finale vaststelling in de inkomstenbelasting door te bruteren met de 30%-bewijsregel, ook als de jaartabel wordt toegepast. Hof Den Bosch en Hoge Raad volgen de uitspraak van Rechtbank Breda maar beperken zich in hun uitspraak slechts tot het antwoord op de vraag of bruteren voor dan wel na allocatie aan Nederlandse werkdagen moest plaatsvinden. Door het volgen van de lagere rechter oordelen hof en Hoge Raad echter impliciet dat het toepassen van de 30%-bewijsregel bij de brutering in de inkomstenbelasting akkoord is. Daarmee kan dus ook buiten de loonbelasting voor ingekomen werknemers gebruik gemaakt worden van de faciliteit van de onbelaste 30%-vergoeding.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2ac077276a092b972640bcba9f58c1236e66ff3d60f23d3ee22220f338fb33f9. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2ac077276a092b972640bcba9f58c1236e66ff3d60f23d3ee22220f338fb33f9, en de alinea staat in dat document op bytes 35836 tot 37209.