Citaat | Parket bij de Hoge Raad 11 mei 2012

Alinea 191 Parket bij de Hoge Raad 11 mei 2012

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 11 mei 2012, ECLI:NL:PHR:2012:BU8914.

Omdat arbeidskosten van werknemers niet meer afzonderlijk in de inkomstenbelasting in aftrek komen, zal een werknemer in de inkomstenbelasting niet langer met een beroep op het gelijkheidsbeginsel extraterritoriale kosten kunnen aftrekken, zoals in HR BNB 2000/124 (zie 4.9). De vraag rijst of belanghebbende nog recht kan doen gelden op toepassing van de 30%-regeling, nu de werkgever haar niet heeft toegepast op de uitkeringen ingevolge de PP-Agreement. Ik meen van wel. Omdat de loonbelasting een voorheffing is op de inkomstenbelasting, is het mogelijk om correcties in de inkomstenbelasting toe te passen op het door de werkgever vastgestelde belastbare loon en op de door hem ingehouden heffing. Het karakter van voorheffing blijkt ook uit de regel dat als de inhoudingsplichtige geen of onvoldoende rekening heeft gehouden met bepaalde looninkomsten en de inspecteur dat evenmin deed bij het regelen van de primitieve aanslag in de inkomstenbelasting, het de inspecteur wettelijk vrij staat te kiezen tussen het naheffen van loonbelasting en het navorderen van inkomstenbelasting. Het karaker van voorheffing op de inkomstenbelasting brengt met zich mee dat ook wanneer geen loonbelasting over het loon is geheven, de belastingplichtige verplicht is het loon alsnog in zijn aangifte inkomstenbelasting te betrekken. Anderzijds kan een belastingplichtige wanneer op zijn loon teveel loonbelasting is ingehouden, het meerdere in de inkomstenbelasting terugvorderen (behoudens toepassing van artikel 9.4, tweede lid, van de Wet IB 2001). De loonbelasting is dus een voorlopige heffing en geen op zich zelf staand systeem, zij moet worden opgevat in samenhang met de inkomstenbelasting. Het primaat ligt mijns inziens uiteindelijk in de inkomstenbelasting. Dit volgt ook uit de wetsgeschiedenis van artikel 3.81 van de Wet IB 2001 en artikel 22, tweede lid, van de Wet IB 1964 (zie 4.1). Uit praktische overwegingen zijn in de inkomstenbelasting niet de bepalingen inzake loon en dienstbetrekking uit de Wet LB 1964 en masse overgenomen in de Wet IB 1964 en Wet IB 2001, maar is volstaan met een verwijzing naar de bepalingen van de loonbelasting. De verwijzing treedt in de plaats van een volledig insereren van die bepalingen van loonbelasting in de wetgeving op de inkomstenbelasting.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2ac077276a092b972640bcba9f58c1236e66ff3d60f23d3ee22220f338fb33f9. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2ac077276a092b972640bcba9f58c1236e66ff3d60f23d3ee22220f338fb33f9, en de alinea staat in dat document op bytes 65482 tot 67787.