Citaat | Parket bij de Hoge Raad 17 februari 2012

Alinea 119 Parket bij de Hoge Raad 17 februari 2012

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 17 februari 2012, ECLI:NL:PHR:2012:BU8926.

Anders dan de rechtbank acht de Raad onvoldoende materiële indicaties aanwezig om te kunnen aannemen dat in 1998 sprake was van het gezamenlijk drijven van een onderneming door de betrokkenen. Ingaande 1998 zijn er welbewust twee soorten partners gecreëerd met verschillende aandelenpakketten en een daaraan gekoppelde winstverdeling. Er zijn geen aanwijzingen dat deze tweedeling van tijdelijke aard was. De omstandigheid dat de partners in de praktijk als gelijkwaardige professionals met elkaar omgingen, onderlinge functioneringsgesprekken voerden, hun besluiten over financiële en personele zaken, over de overlegstructuur en het ondernemingsbeleid op basis van consensus namen zonder acht te slaan op de aandelenverhoudingen, en dat zij ernaar streefden eventuele geschillen op andere wijze op te lossen dan via een stemming in de AVA, brengt de Raad niet tot een ander oordeel, nu deze praktijk geen afbreuk doet aan de in essentie ongelijkwaardige positie van de onderscheiden partners en de mogelijkheid van een meerderheidsbesluit in de AVA. De Raad merkt in dit verband op dat hier de situatie in 1998 in geding is en dat met wijzigingen die nadien in de juridische verhoudingen zijn aangebracht, geen rekening wordt gehouden.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/3d6022ca6e2be6226e8b0c203f46412bccb25590c5e4397cff5056279855e904. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 3d6022ca6e2be6226e8b0c203f46412bccb25590c5e4397cff5056279855e904, en de alinea staat in dat document op bytes 54890 tot 56143.