Citaat | Parket bij de Hoge Raad 27 april 2012

Alinea 140 Parket bij de Hoge Raad 27 april 2012

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 27 april 2012, ECLI:NL:PHR:2012:BU8932.

6.3 De Rechtbank koos in r.o. 2.10 voor de eerste mogelijkheid. Het Hof komt tot dezelfde uitkomst als de Rechtbank, maar doet dat in r.o. 4.2.1 met behulp van de tweede mogelijkheid door te benadrukken dat het optievoordeel is toe te rekenen aan de in de periode 2002 tot en met 2005 in Nederland uitgeoefende arbeid in tegenwoordige dienstbetrekking en dat belanghebbende in die periode ingekomen werknemer was, zodat het optievoordeel belanghebbende dan ook is opgekomen in de hoedanigheid van ingekomen werknemer. Ook benadrukt het Hof in r.o. 4.2.2 de bedoeling van de wetgever door te verwijzen naar het antwoord van de Staatssecretaris op Kamervragen (zie 4.6). Tot slot wijst het Hof in r.o. 4.3.1 op "doel en strekking" van de 30%-regeling. Het Hof gaat niet in op de looptijd van de bewijsregel. Praktisch bezien komen de redeneringen van Rechtbank en Hof overeen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/75ea97a732813874b1b4cf10234e0c3493d8665d062c8515d93a31e97436c244. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 75ea97a732813874b1b4cf10234e0c3493d8665d062c8515d93a31e97436c244, en de alinea staat in dat document op bytes 47002 tot 47889.