Citaat | Parket bij de Hoge Raad 27 april 2012
Alinea 32 Parket bij de Hoge Raad 27 april 2012
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 27 april 2012, ECLI:NL:PHR:2012:BU8932.
4.2.1. Niet in geschil is dat het optievoordeel toe te rekenen is aan gedurende de jaren 2002 tot en met 2005 in Nederland uitgeoefende arbeid in tegenwoordige dienstbetrekking en dat belanghebbende in die periode een ingekomen werknemer was in de zin van artikel 8, tweede lid, aanhef en onderdeel b, van het Uitvoeringsbesluit LB. Naar het oordeel van het Hof is daarmee in dit geval geheel voldaan aan de voorwaarden om dat optievoordeel aan te kunnen merken als een opbrengst die aan belanghebbende is opgekomen in de hoedanigheid van ingekomen werknemer. Dat wordt niet anders wanneer die opbrengst pas na die jaren fiscaal wordt genoten (bijvoorbeeld doordat een aanspraak onvoorwaardelijk wordt). Dat wordt ook niet anders, wanneer belanghebbende op dat genietingsmoment niet meer in Nederland woont of wanneer belanghebbende op dat genietingsmoment niet meer in Nederland werkt.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/75ea97a732813874b1b4cf10234e0c3493d8665d062c8515d93a31e97436c244. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 75ea97a732813874b1b4cf10234e0c3493d8665d062c8515d93a31e97436c244, en de alinea staat in dat document op bytes 10845 tot 11745.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/75ea97a732813874b1b4cf10234e0c3493d8665d062c8515d93a31e97436c244 | shasum -a 256