Citaat | Parket bij de Hoge Raad 24 februari 2012

Alinea 63 Parket bij de Hoge Raad 24 februari 2012

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 24 februari 2012, ECLI:NL:PHR:2012:BU9855.

2.4. Een agrarische ondernemer behoeft van deze fiscale faciliteit geen gebruik te maken: hij kan ervoor kiezen, toch als BTW-plichtig te worden aangemerkt(5). In 2001 kon dit voor een agrarische ondernemer nuttig zijn in die gevallen waarin, naast activiteiten die onder de 'landbouwregeling' vielen, andersoortige commerciële activiteiten door de onderneming werden ontplooid. Zo kon een landbouwer bijvoorbeeld een winkel exploiteren, stalruimte verhuren als caravanstalling of een campingbedrijf beginnen. Zulke diensten vallen niet onder de omschrijving in art. 27 Wet OB 1968. De ondernemer moet over deze prestaties omzetbelasting in rekening brengen aan de afnemer. In 2006 is de fiscale regeling aangescherpt ten aanzien van niet-agrarische commerciële activiteiten(6). Tegenover de verplichting tot afdracht aan de fiscus van de van anderen ontvangen BTW staat voor een BTW-plichtige ondernemer de mogelijkheid om de door hemzelf aan anderen betaalde BTW af te trekken bij het doen van de aangifte. Om die reden kan het voor een agrarische ondernemer zonder commerciële nevenactiviteiten onder omstandigheden voordelig zijn, te kiezen voor levering van melkquota met BTW: bijvoorbeeld indien het bedrijf recent hoge investeringen heeft gedaan waarover de ondernemer BTW heeft moeten betalen, die hij bij de afdracht van de door hemzelf ontvangen BTW in mindering kan brengen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fa6fa511615916ed0c11d7b94438b4d9d8579f5040c99e592cf2cd114c764c08. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fa6fa511615916ed0c11d7b94438b4d9d8579f5040c99e592cf2cd114c764c08, en de alinea staat in dat document op bytes 19446 tot 20848.