Citaat | Parket bij de Hoge Raad 24 februari 2012

Alinea 68 Parket bij de Hoge Raad 24 februari 2012

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 24 februari 2012, ECLI:NL:PHR:2012:BU9855.

2.9. De overeenkomst tussen [eisers] en WLTO is aan te merken als een overeenkomst van opdracht (art. 7:400 BW) en als een species daarvan, de bemiddelingsovereenkomst (art. 7:425 BW). Noch in de wettelijke regeling van de opdracht, noch in die van de bemiddelingsovereenkomst is bepaald welke informatie de opdrachtgever aan de opdrachtnemer moet verstrekken. Partijen kunnen hiervoor een regeling treffen in hun overeenkomst of desgewenst in algemene voorwaarden die zij op hun overeenkomst van toepassing verklaren. Ook uit de aanvullende werking van de redelijkheid en billijkheid kunnen verplichtingen voor partijen voortvloeien (art. 6:248 lid 1 BW). Redelijkheid en billijkheid kunnen meebrengen dat de opdrachtgever bepaalde informatie aan de opdrachtnemer verstrekt(12). Bij de vaststelling van wat redelijkheid en billijkheid eisen, moet rekening worden gehouden met algemeen erkende rechtsbeginselen, met de in Nederland levende rechtsovertuigingen en met de maatschappelijke en persoonlijke belangen, die bij het gegeven geval zijn betrokken (art. 3:12 BW). Het argument dat de door het hof aangenomen informatieplicht van [eisers] niet met zoveel woorden in het Burgerlijk Wetboek is neergelegd, acht ik daarom niet beslissend.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fa6fa511615916ed0c11d7b94438b4d9d8579f5040c99e592cf2cd114c764c08. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fa6fa511615916ed0c11d7b94438b4d9d8579f5040c99e592cf2cd114c764c08, en de alinea staat in dat document op bytes 23828 tot 25081.