Citaat | Parket bij de Hoge Raad 24 februari 2012

Alinea 70 Parket bij de Hoge Raad 24 februari 2012

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 24 februari 2012, ECLI:NL:PHR:2012:BU9855.

2.11. Over de vraag, wat het rechtsgevolg zou zijn geweest indien [eisers] een onjuist antwoord zouden hebben gegeven op een vraag van [betrokkene 1]/WLTO naar de fiscale status van hun onderneming (wel/niet BTW-plichtig), behoefde het hof zich niet uit te spreken en heeft het hof zich niet uitgesproken. De klacht dat het hof heeft verzuimd onderscheid te maken tussen de plicht van de opdrachtgever om juiste informatie te verschaffen en de plicht om ongevraagd informatie aan de opdrachtnemer te verschaffen, heeft kennelijk de volgende strekking: indien [betrokkene 1]/WLTO aan [eisers] zou hebben gevraagd of zij BTW-plichtig waren, zou [betrokkene 1]/WLTO wellicht hebben mogen afgaan op het gegeven antwoord; maar nu [betrokkene 1]/WLTO hierover helemaal niets aan [eisers] heeft gevraagd, is er volgens het middelonderdeel geen grond voor het oordeel dat zij spontaan [betrokkene 1]/WLTO hadden moeten attenderen op het feit dat zij BTW-plichtige ondernemers waren.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fa6fa511615916ed0c11d7b94438b4d9d8579f5040c99e592cf2cd114c764c08. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fa6fa511615916ed0c11d7b94438b4d9d8579f5040c99e592cf2cd114c764c08, en de alinea staat in dat document op bytes 26412 tot 27399.