Citaat | Parket bij de Hoge Raad 24 februari 2012
Alinea 95 Parket bij de Hoge Raad 24 februari 2012
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 24 februari 2012, ECLI:NL:PHR:2012:BU9855.
2.24. Bij gegrondbevinding van onderdeel 3 behoeven de resterende middelonderdelen geen behandeling. Ik volsta daarom met een korte bespreking. Onderdeel 4 klaagt dat het bestreden oordeel onbegrijpelijk is gemotiveerd, "mede in het licht van de essentiële stellingen van [eiser] aangegeven in de inleiding van dit middel"(22). Een zo omschreven klacht voldoet m.i. niet aan de eisen die de wet aan een cassatiemiddel stelt(23). Indien met deze klacht mocht zijn bedoeld dat het hof zonder motivering is voorbijgegaan aan de stelling van [eisers] "dat WLTO haar onderzoeksplicht als zorgvuldig opdrachtnemer heeft geschonden door niet na te vragen of sprake was van BTW vrije melk of niet"(24), deelt deze klacht in het lot van onderdeel 3.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fa6fa511615916ed0c11d7b94438b4d9d8579f5040c99e592cf2cd114c764c08. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fa6fa511615916ed0c11d7b94438b4d9d8579f5040c99e592cf2cd114c764c08, en de alinea staat in dat document op bytes 37914 tot 38668.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/fa6fa511615916ed0c11d7b94438b4d9d8579f5040c99e592cf2cd114c764c08 | shasum -a 256