Citaat | Parket bij de Hoge Raad 24 februari 2012

Alinea 54 Parket bij de Hoge Raad 24 februari 2012

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 24 februari 2012, ECLI:NL:PHR:2012:BU9880.

28. Ik misken bepaald niet dat aan het feit dat een verhuurder vóórdat een procedure op de voet van art. 7:230a BW wordt ingeleid, niet van bezwaar tegen in die procedure geponeerd onbehoorlijk gebruik heeft laten blijken, betekenis kan toekomen. Dat kan, bijvoorbeeld in die vorm dat art. 6:89 BW aan een beroep op de gedragingen in kwestie in de weg staat, of dat de talmende houding van de verhuurder rechtvaardigt dat het desbetreffende gedrag in de verhouding tussen deze partijen niet als onbehoorlijk wordt aangemerkt. Er blijkt echter niet dat op dergelijke argumenten van de kant van [verzoekster] in feitelijke aanleg een beroep is gedaan. In cassatie kan dat niet voor het eerst gebeuren.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/3cdcaffcd5881032b5ec7a97f972a240e50005665b8a4976072280d4748bdcc1. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 3cdcaffcd5881032b5ec7a97f972a240e50005665b8a4976072280d4748bdcc1, en de alinea staat in dat document op bytes 23531 tot 24246.