Citaat | Parket bij de Hoge Raad 24 februari 2012

Alinea 74 Parket bij de Hoge Raad 24 februari 2012

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 24 februari 2012, ECLI:NL:PHR:2012:BU9880.

10 Als de huurovereenkomst de bestemming van het gehuurde niet nauwkeurig bepaalt en aldus de ruimte laat voor gebruik dat binnen het bereik van art. 7:290 lid 2 BW valt en gebruik dat daarbuiten valt, moet worden aangenomen dat het (wel) het feitelijk door de huurder in praktijk gebrachte gebruik is, dat de kwalificatie van het gehuurde (als "290-bedrijfsruimte" of als gebouwd onroerend goed als bedoeld in art. 7:230a BW) bepaalt, zie o.a. Huurrecht (losbl.), Vrolijk, art. 290, aant. 38 en Evers, Huurrecht bedrijfsruimten, 2011, p. 43.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/3cdcaffcd5881032b5ec7a97f972a240e50005665b8a4976072280d4748bdcc1. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 3cdcaffcd5881032b5ec7a97f972a240e50005665b8a4976072280d4748bdcc1, en de alinea staat in dat document op bytes 29346 tot 29901.