Citaat | Parket bij de Hoge Raad 16 maart 2012

Alinea 39 Parket bij de Hoge Raad 16 maart 2012

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 16 maart 2012, ECLI:NL:PHR:2012:BU9882.

De man betoogt voorts dat de tweede aanvulling van de vrouw in haar aanvullend verzoekschrift geen aanvulling betreft op basis van nieuwe gegevens uit het proces-verbaal, doch een ongeoorloofde aanvulling c.q. nieuwe klacht naar aanleiding van het in cassatie gevoerde verweer. De man verzoekt uw Raad deze aanvullende klacht terzijde te laten. Subsidiair betoogt de man dat de terloops geformuleerde en niet onderbouwde stelling van de vrouw dat "het maar zeer de vraag is of" zij geld zal krijgen uit de verdeling niet is aan te merken als essentiële stelling, dat de stelling dat de vrouw nog een schuld heeft aan de onderneming niet zonder meer als "onbetwist" kan gelden aangezien deze in een zo laat stadium van de procedure naar voren is gebracht dat de man niet meer in de gelegenheid is geweest daarop te reageren, doch dat die stelling overigens niet eraan afdoet dat de vrouw uit de verdeling ruim voldoende vermogen zal verkrijgen om de teveel betaalde partneralimentatie terug te betalen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/6867ebf42e362df5dd72babce089974b329bb690d26ed11ae3f8601b269e4486. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 6867ebf42e362df5dd72babce089974b329bb690d26ed11ae3f8601b269e4486, en de alinea staat in dat document op bytes 25024 tot 26040.