Citaat | Parket bij de Hoge Raad 10 februari 2012

Alinea 18 Parket bij de Hoge Raad 10 februari 2012

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 10 februari 2012, ECLI:NL:PHR:2012:BU9900.

2.2. De advocaat, door wie partijen in cassatie in alle gevallen worden vertegenwoordigd, moet op grond van zijn deskundigheid en kennis ten aanzien van de procedure in cassatie zonder meer geacht worden op de hoogte te zijn van de termijn voor betaling en van de verstrekkende gevolgen die de wet verbindt aan overschrijding daarvan; vgl. HR 4 november 2011 (LJN: BU3348) en HR 4 november 2011 (LJN: BQ7045). Nochtans is in rov. 3.4 van het eerstgenoemde arrest overwogen dat er aanleiding bestaat toepassing te geven aan de hardheidsclausule in zaken waarin, naar de Hoge Raad bekend is, door de met de inning van griffierechten in cassatie belaste gerechtelijke administratie stelselmatig - immers in voorgedrukte standaardbrieven - van de wettelijke regeling afwijkende mededelingen zijn gedaan met betrekking tot de termijn waarbinnen het verschuldigde griffierecht moet zijn voldaan op straffe van niet-ontvankelijkheid van het beroep.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/7536d73e44783337ff1d63c200a86dde0e34e39a08bb58b70b7986f55753537e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 7536d73e44783337ff1d63c200a86dde0e34e39a08bb58b70b7986f55753537e, en de alinea staat in dat document op bytes 7667 tot 8622.