Citaat | Parket bij de Hoge Raad 23 maart 2012
Alinea 24 Parket bij de Hoge Raad 23 maart 2012
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 23 maart 2012, ECLI:NL:PHR:2012:BV0614.
"4.9. Artikel 52 Fw geeft uitzonderingen op het fixatiebeginsel. De eerste twee leden van dit artikel beschermen, kort gezegd, de schuldenaar die na faillietverklaring te goeder trouw aan de failliet betaalt. Het derde lid, van genoemd artikel bepaalt dat betaling na faillietverklaring bevrijdt ten opzichte van de boedel voor zover de betaling ten bate van de boedel is gekomen. Dit laatste is in het onderhavige geval niet aan de orde. Voor een geslaagd beroep op het artikel is vereist dat betaling geschiedt ter nakoming van een verbintenis die voor faillissement reeds bestond. De Hoge Raad heeft in eerdergenoemd arrest Huijzer q.q./Rabobank geoordeeld dat tussen de gefailleerde en de bank weliswaar een rekening-courantverhouding bestaat, maar dat de verbintenis tot het doen van een betaling pas ontstaat op het moment dat de rekeninghouder een door de bank aanvaarde concrete betalingsopdracht verstrekt.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/54ec57dfdbb08840958eec4c8ca8b7569815e9ace6f86570215be346dc9e8e36. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 54ec57dfdbb08840958eec4c8ca8b7569815e9ace6f86570215be346dc9e8e36, en de alinea staat in dat document op bytes 9956 tot 10884.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/54ec57dfdbb08840958eec4c8ca8b7569815e9ace6f86570215be346dc9e8e36 | shasum -a 256