Citaat | Parket bij de Hoge Raad 23 maart 2012

Alinea 58 Parket bij de Hoge Raad 23 maart 2012

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 23 maart 2012, ECLI:NL:PHR:2012:BV0614.

2.23. In rov. 4.12 heeft de rechtbank anticipatie op art. 3.1.1 in het Voorontwerp Insolventiewet van de hand gewezen: enerzijds omdat de rechter in verband met de rechtszekerheid zich dient te richten naar het geldende recht; anderzijds omdat het Voorontwerp in een stadium verkeert waarin onzeker is hoe de uiteindelijke tekst zal komen te luiden en zelfs onzeker is of de tekst het stadium van een voorontwerp zal ontstijgen. Dit oordeel geeft niet blijk van een onjuiste rechtsopvatting. De regering heeft inmiddels te kennen gegeven dat zij geen aanleiding ziet voor een algehele herziening van de faillissementswetgeving op basis van het Voorontwerp(26). De omstandigheid dat het voorgestelde artikel 3.1.1 niet als controversieel is aangemerkt(27), werpt onvoldoende gewicht in de schaal. Het oordeel van de rechtbank, dat inhoudt dat de rechtszekerheid zich ertegen verzet de inhoud van dit artikellid te behandelen als ware het reeds geldend recht, geeft niet blijk van een onjuiste rechtsopvatting. Onderdeel 3 faalt.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/54ec57dfdbb08840958eec4c8ca8b7569815e9ace6f86570215be346dc9e8e36. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 54ec57dfdbb08840958eec4c8ca8b7569815e9ace6f86570215be346dc9e8e36, en de alinea staat in dat document op bytes 35198 tot 36238.