Citaat | Parket bij de Hoge Raad 23 maart 2012
Alinea 63 Parket bij de Hoge Raad 23 maart 2012
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 23 maart 2012, ECLI:NL:PHR:2012:BV0614.
2.28. Onderdeel 5 is gericht tegen rov. 4.14, waarin de rechtbank de stelling van ING verwierp dat de vordering van de curator de maatstaven van de redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is. De klacht houdt in dat de rechtbank zich er onvoldoende rekenschap van heeft gegeven dat ING op grond van art. 23 Fw het bedrag van € 19.919,96 aan de curator zou moeten voldoen, hoewel de omstandigheid dat BTO kort na de aanvaarding en uitvoering van de betaalopdrachten in staat van faillissement is verklaard geheel buiten de beïnvloedingssfeer van ING lag. In dit verband had ING erop gewezen dat het faillissement nog niet was uitgesproken, laat staan gepubliceerd, toen de betaalopdrachten werden gegeven; dat ING contractueel verplicht was de betaalopdrachten uit te voeren, nu er voldoende dispositieruimte was en de rekening van BTO niet was geblokkeerd; dat ING niet bekend was met de faillissementsaanvraag.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/54ec57dfdbb08840958eec4c8ca8b7569815e9ace6f86570215be346dc9e8e36. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 54ec57dfdbb08840958eec4c8ca8b7569815e9ace6f86570215be346dc9e8e36, en de alinea staat in dat document op bytes 40785 tot 41714.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/54ec57dfdbb08840958eec4c8ca8b7569815e9ace6f86570215be346dc9e8e36 | shasum -a 256