Citaat | Parket bij de Hoge Raad 23 maart 2012

Alinea 71 Parket bij de Hoge Raad 23 maart 2012

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 23 maart 2012, ECLI:NL:PHR:2012:BV0614.

2.35. De rechtbank heeft niet beslist dat art. 23 Fw in algemene zin meebrengt dat aan de stil pandhouder zijn voorrangspositie en het daaruit voortvloeiende recht om te verrekenen wordt ontnomen. Integendeel, de rechtbank overweegt met zoveel woorden dat ING in beginsel gerechtigd is tot verrekening. Voor zover de klacht inhoudt dat de rechtbank niet had mogen beslissen dat art. 23 Fw in dit geval meebrengt dat ING niet kan verrekenen, gaat de klacht niet op omdat, in de redenering van de rechtbank, er niets te verrekenen valt. Aan de beslissing van de rechtbank ligt ten grondslag dat indien de onbevoegd gegeven opdrachten tot betaling niet zouden zijn uitgevoerd, de rekening-courant een creditsaldo zou hebben vertoond van € 24.796,03. De veronderstelling houdt niet alleen in dat debitering van de rekening achterwege zou zijn gebleven, maar ook dat de (met die debitering corresponderende) verrekening achterwege zou zijn gebleven. Die fictie is niet in strijd met het fixatiebeginsel. De slotsom is dat onderdeel 6 faalt.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/54ec57dfdbb08840958eec4c8ca8b7569815e9ace6f86570215be346dc9e8e36. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 54ec57dfdbb08840958eec4c8ca8b7569815e9ace6f86570215be346dc9e8e36, en de alinea staat in dat document op bytes 46660 tot 47710.