Citaat | Parket bij de Hoge Raad 23 maart 2012
Alinea 76 Parket bij de Hoge Raad 23 maart 2012
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 23 maart 2012, ECLI:NL:PHR:2012:BV0616.
Schneider is zelf van oordeel dat een zzp-er steeds als een persoon in de zin van art. 7:658 lid 4 BW dient te worden beschouwd. Hiertoe wijst hij in de eerste plaats op de duidelijkheid en eenvoud van die opvatting. Voorts lijkt het hem niet gerechtvaardigd een zzp-er anders te behandelen dan een ingeleende werknemer, de uitzendkracht, de vrijwilliger of de stagiair. Hoewel een zzp-er op grond van zijn zelfstandigheid wellicht niet helemaal of niet altijd is te vergelijken met die werknemers, lijkt de ratio achter het vierde lid wel in alle gevallen van toepassing op de zzp-er. De werkverschaffer heeft immers de keuzemogelijkheid om het werk door een zzp-er (en niet een werknemer) te laten doen. Ook laat de wetsgeschiedenis voldoende ruimte voor deze opvatting. Hij merkt wel op dat zijn opvatting verstrekkende gevolgen kan hebben in concrete gevallen; de in de praktijk gangbare exoneratie van opdrachtgevers en aanbesteders ten opzichte van hun opdrachtnemers en (onder)aannemers zou in strijd zijn met de dwingendrechtelijke bepaling van art. 7:658 lid 4 BW.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ea1ef7c5b9de92cc0efc148cd4bed4fdfd6c691f005431c2026378068680fcae. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ea1ef7c5b9de92cc0efc148cd4bed4fdfd6c691f005431c2026378068680fcae, en de alinea staat in dat document op bytes 41470 tot 42557.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/ea1ef7c5b9de92cc0efc148cd4bed4fdfd6c691f005431c2026378068680fcae | shasum -a 256