Citaat | Parket bij de Hoge Raad 23 maart 2012
Alinea 88 Parket bij de Hoge Raad 23 maart 2012
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 23 maart 2012, ECLI:NL:PHR:2012:BV0616.
De vraag of de werkzaamheden al dan niet door eigen werknemers hadden kunnen worden verricht, is in deze dus een belangrijke omstandigheid. Uiteindelijk is m.i. bepalend of de werkzaamheden feitelijk - waarbij dus niet doorslaggevend is de formeel juridische vraag of de werkzaamheden worden verricht op basis van een arbeidsovereenkomst of op een andere basis - behoren tot de activiteiten van het beroep of bedrijf. Hetgeen hieronder wordt uiteengezet over de vraag of sprake is van enige vorm van gezag of zeggenschap zou daarbij een rol kunnen spelen. Activiteiten die zijn uitbesteed zullen daar in bepaalde gevallen wel en in andere gevallen niet toebehoren. Het is lastig de precieze grens te bepalen van het begrip "in de uitoefening van het beroep of bedrijf". In dit kader kan worden verwezen naar art. 6:171 BW, betreffende de risicoaansprakelijkheid van de opdrachtgever voor een fout van een niet-ondergeschikte, die in opdracht van de opdrachtgever werkzaamheden ter uitoefening van diens bedrijf verricht. Sommigen pleiten voor een vergelijking tussen art. 6:171 BW en art. 7:658 lid 4 BW.(44) Onomstreden is die opvatting niet.(45) Wat deze wettelijke bepalingen te dezer zake in ieder geval gemeen hebben, is dat er een schermerzone is waarin in het specifieke geval een knoop zal dienen te worden doorgehakt.(46)
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ea1ef7c5b9de92cc0efc148cd4bed4fdfd6c691f005431c2026378068680fcae. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ea1ef7c5b9de92cc0efc148cd4bed4fdfd6c691f005431c2026378068680fcae, en de alinea staat in dat document op bytes 54871 tot 56215.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/ea1ef7c5b9de92cc0efc148cd4bed4fdfd6c691f005431c2026378068680fcae | shasum -a 256