Citaat | Parket bij de Hoge Raad 23 maart 2012

Alinea 98 Parket bij de Hoge Raad 23 maart 2012

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 23 maart 2012, ECLI:NL:PHR:2012:BV0616.

3.41 Ik zal het onderdeel niettemin (ten overvloede) inhoudelijk beoordelen. Het onderdeel klaagt dat indien het hof de hiervoor bedoelde vraag ontkennend heeft beantwoord en heeft beslist dat alleen een beroep kan worden gedaan op art. 7:658 lid 4 BW door een werknemer in dienst van een uitlener of aannemer die bij een derde wordt tewerkgesteld en aan wie daar een ongeval overkomt, het hof dan is uitgegaan van een onjuiste rechtsopvatting. De bescherming van art. 7:658 lid 4 BW kan zich naar blijkt uit de wetsgeschiedenis namelijk ook uitstrekken tot personen die op basis van een rechtstreekse contractuele band met een ander, zij het geen arbeidsovereenkomst, werkzaamheden verrichten in de uitoefening van het beroep of bedrijf van die ander, zoals het geval kan zijn bij aanneming van werk of een overeenkomst van opdracht.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ea1ef7c5b9de92cc0efc148cd4bed4fdfd6c691f005431c2026378068680fcae. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ea1ef7c5b9de92cc0efc148cd4bed4fdfd6c691f005431c2026378068680fcae, en de alinea staat in dat document op bytes 65503 tot 66351.