Citaat | Parket bij de Hoge Raad 17 februari 2012
Alinea 164 Parket bij de Hoge Raad 17 februari 2012
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 17 februari 2012, ECLI:NL:PHR:2012:BV0651.
Dit onderdeel was opgenomen in het besluit van 25 augustus 2000, nr. CPP2000/1313M, V-N 2001/14.2, vraag B.3.6.m. In onze aantekening merkten wij op dat het antwoord aangeeft hoe vreemd (tweeslachtig?) tegen het verschijnsel "erfpachtsrecht" wordt aangekeken. In geval het om erfpacht van de grond gaat, maar de opstal eigendom is (evt. via een opstalrecht), wordt niet de conclusie getrokken dat in feite de grond wordt gehuurd, terwijl dat wel gebeurt bij erfpacht van het opstal. Wij vroegen ons af of het antwoord op de vraag dan ook strookt met de wettekst van art. 3.120 Wet IB 1964. Dit omdat op grond van het eerste lid, onderdeel b, periodieke betalingen op grond van de rechten van erfpacht, opstal of beklemming met betrekking tot de eigen woning, tot de aftrekbare kosten worden gerekend.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/dc335136c18cbbaa68a07b74fa41b3f4e2f9ae148ddd2e4b34a2674270c8f419. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt dc335136c18cbbaa68a07b74fa41b3f4e2f9ae148ddd2e4b34a2674270c8f419, en de alinea staat in dat document op bytes 38953 tot 39766.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/dc335136c18cbbaa68a07b74fa41b3f4e2f9ae148ddd2e4b34a2674270c8f419 | shasum -a 256