Citaat | Parket bij de Hoge Raad 17 februari 2012
Alinea 211 Parket bij de Hoge Raad 17 februari 2012
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 17 februari 2012, ECLI:NL:PHR:2012:BV0651.
Het gaat er dus niet om wat de opstaller meer heeft, maar wat hij minder heeft. Het hoofdkenmerk van het opstalrecht is het splitsingskarakter, de negatie van de (verticale) natrekking. Kwantitatief gezien heeft de opstaller minder dan een erfpachter of vruchtgebruikter. Zij hebben een genotsrecht op de gehele onroerende zaak, de opstaller heeft (in beginsel) alleen een eigendomsrecht op een deel van de onroerende zaak, de opstal. Het opstalrecht heeft zo zijn functie niet verloren. Integendeel, het is zelfs een onmisbaar instrument, het enige middel dat partijen tot hun beschikking hebben om de eenheid grond-opstal te doorbreken en zo een horizontale individualisatie van onroerende zaken mogelijk te maken. Het heeft de belangrijke functie te vervullen als het middel voor de juridische ordening van onroerende zaken in de derde dimensie.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/dc335136c18cbbaa68a07b74fa41b3f4e2f9ae148ddd2e4b34a2674270c8f419. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt dc335136c18cbbaa68a07b74fa41b3f4e2f9ae148ddd2e4b34a2674270c8f419, en de alinea staat in dat document op bytes 49833 tot 50695.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/dc335136c18cbbaa68a07b74fa41b3f4e2f9ae148ddd2e4b34a2674270c8f419 | shasum -a 256