Citaat | Parket bij de Hoge Raad 17 februari 2012

Alinea 300 Parket bij de Hoge Raad 17 februari 2012

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 17 februari 2012, ECLI:NL:PHR:2012:BV0651.

Anders dan voor de rechten van vruchtgebruik en van gebruik en bewoning stelt het Burgerlijk Wetboek geen maximum aan de duur van het recht van erfpacht. Dat recht kan derhalve eeuwigdurend zijn. Het is duidelijk dat vestiging van een eeuwigdurend erfpachtsrecht in de vermogenssfeer ligt. Bij vestiging van een erfpachtsrecht voor een termijn van bijvoorbeeld driehonderd jaar is de jaarlijkse waardestijging van de bloot-eigendom na vestiging zodanig gering dat ook dan het oordeel niet anders luidt. Dat doet de vraag rijzen bij welke termijn de overgang ligt van vermogenssfeer naar inkomenssfeer. De Hoge Raad heeft daarvoor aansluiting gezocht bij zijn beslissing over het recht van vruchtgebruik. Gegeven de noodzaak ergens een grens te trekken, zou ik geen betere suggestie weten.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/dc335136c18cbbaa68a07b74fa41b3f4e2f9ae148ddd2e4b34a2674270c8f419. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt dc335136c18cbbaa68a07b74fa41b3f4e2f9ae148ddd2e4b34a2674270c8f419, en de alinea staat in dat document op bytes 72592 tot 73393.