Citaat | Parket bij de Hoge Raad 17 februari 2012

Alinea 309 Parket bij de Hoge Raad 17 februari 2012

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 17 februari 2012, ECLI:NL:PHR:2012:BV0651.

Indien de akte van vestiging van het recht van erfpacht dusdanige beperkingen bevat van de bevoegdheden van de erfpachter, dat het door hem verworven recht meer lijkt op dat van een huurder, is het voorgaande niet op hem van toepassing. Van een dergelijke situatie is sprake wanneer de erfpachter de bevoegdheid mist om beperkte en persoonlijke rechten met betrekking tot zijn erfpachtsrecht te vestigen. (...) Indien de positie van de erfpachter ingevolge deze beperkingen in het erfpachtscontract meer overeenkomt met die van een huurder dan die van een eigenaar, lijkt het redelijk de betaalde canon als huurpenningen aan te merken. Dat betekent dat hij evenmin kan worden belast ingevolge art. 42a Wet IB. De woning en de ondergrond vormen immers voor hem geen bron van inkomen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/dc335136c18cbbaa68a07b74fa41b3f4e2f9ae148ddd2e4b34a2674270c8f419. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt dc335136c18cbbaa68a07b74fa41b3f4e2f9ae148ddd2e4b34a2674270c8f419, en de alinea staat in dat document op bytes 76869 tot 77665.