Citaat | Parket bij de Hoge Raad 4 mei 2012
Alinea 232 Parket bij de Hoge Raad 4 mei 2012
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 4 mei 2012, ECLI:NL:PHR:2012:BV0662.
Een belangrijk criterium dat ter afbakening kan worden gebruikt, is de duurzaamheid van de activiteiten en van de organisatie. Deze eis wordt immers uitsluitend gesteld ten aanzien van de bron winst uit onderneming, en is dus één van de meest onderscheidende kenmerken tussen beide bronnen. Dat deze eis ten aanzien van het resultaat uit overige werkzaamheden niet wordt gesteld, heeft tot gevolg dat door meer incidentele arbeid verkregen voordelen slechts tot die bron, en niet tot de bron winst uit onderneming kunnen worden gerekend. De duurzaamheid van de werkzaamheden is een criterium dat in veel jurisprudentie aan de orde is geweest, en waarbij nogal wisselend door de rechters is geoordeeld. Hierover valt allereerst op te merken dat duurzaam niet hetzelfde is als langdurig. Een activiteit waarvan vooraf vaststaat dat deze zich gedurende een beperkte periode zal voltrekken, zoals een feest, een beurs of een tentoonstelling, kan zeer wel als onderneming worden gezien. Het is bovendien ook niet steeds even eenvoudig vast te stellen wanneer belastingplichtigen een duurzame activiteit nastreven, met name omdat het denkbaar is dat een van aanvang af duurzaam bedoelde activiteit toch vroegtijdig eindigt, en aan de andere kant een tijdelijke of eenmalige activiteit zich over meerdere jaren kan uitstrekken. Zo is het mogelijk dat een belastingplichtige met een nieuwe activiteit start, en beoogt zich daarmede een duurzame plaats in het economische proces te verwerven, maar uiteindelijk onvoldoende vraag in de markt blijkt te ontmoeten waardoor hij zijn werkzaamheden moet staken. Op dat moment zal de uiteindelijk in tijdsduur gemeten tijdelijke activiteit toch als onderneming kunnen kwalificeren, vanwege de intentie tot duurzaamheid. De duurzaamheid van de activiteiten en organisatie wordt dus niet met terugwerkende kracht aangetast, indien blijkt dat op een zeker moment de activiteiten zijn beëindigd, mits op het moment van uitvoering van de activiteiten een duurzame voortzetting was beoogd. De duurzaamheid wordt getoetst aan de hand van de intentie van de belastingplichtige op het moment van aanvang van de werkzaamheden. Uit de jurisprudentie blijkt dan ook dat zelfs een streven naar duurzaamheid al voldoende kan zijn. Daar staat tegenover dat een activiteit waarvan gezien het karakter duidelijk is dat geen onderneming wordt aangevangen, bijvoorbeeld de enkele aankoop van een pand met voorkennis ten aanzien van een potentiële gunstige doorverkoop, zich over een (zeer) ruime periode kan uitstrekken. Het pand kan zonder probleem enkele jaren worden aangehouden in afwachting van een gunstig moment van verkoop. Het enkele tijdsverloop maakt een activiteit nog niet duurzaam. (...)
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/64fe0e6ef4afc2607889cc4b5256e42684ef10b05a3aa52e38b5db500b1e9257. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 64fe0e6ef4afc2607889cc4b5256e42684ef10b05a3aa52e38b5db500b1e9257, en de alinea staat in dat document op bytes 69126 tot 71859.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/64fe0e6ef4afc2607889cc4b5256e42684ef10b05a3aa52e38b5db500b1e9257 | shasum -a 256