Citaat | Parket bij de Hoge Raad 22 juni 2012

Alinea 151 Parket bij de Hoge Raad 22 juni 2012

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 22 juni 2012, ECLI:NL:PHR:2012:BV0663.

De leden van de fracties van CDA, PvdA en D66 geven aan dat niet een boete bij de definitieve-aanslagregeling zou moeten kunnen worden opgelegd wanneer de belastingplichtige een pleitbaar standpunt heeft, met andere woorden, wanneer deze te goeder trouw is. Ook de leden van de VVD-fractie brengen elders in het voorlopig verslag (paragraaf 5.4) dit standpunt naar voren. Naar de mening van de PvdA-, VVD- en D66-fractie zouden anders de belastingplichtigen te goeder trouw ten onrechte worden gecriminaliseerd. Zij geven daarbij aan dat moeilijk valt te achterhalen wat de redenen zijn voor het onjuist doen van aangifte, hetgeen zou kunnen leiden tot een onzorgvuldige oplegging van boeten. Dit gevaar zou nog eens worden versterkt door de mogelijkheid tot het leveren van bewijs voor de boete-oplegging door middel van door de belastingplichtige niet (of onvoldoende) weerlegde vermoedens.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e6cdb53fb2cd6442f04d227f9edbcf5076ae191de9718d9339f385660d140301. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e6cdb53fb2cd6442f04d227f9edbcf5076ae191de9718d9339f385660d140301, en de alinea staat in dat document op bytes 54697 tot 55602.