Citaat | Parket bij de Hoge Raad 24 februari 2012

Alinea 112 Parket bij de Hoge Raad 24 februari 2012

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 24 februari 2012, ECLI:NL:PHR:2012:BV0890.

3.8.2 Art. 356, tweede lid, Fw bepaalt, dat "de toepassing van de schuldsaneringsregeling (..) van rechtswege [is] beëindigd zodra de slotuitdelingslijst verbindend is geworden". Bepleitbaar is dan ook dat de verplichtingen van de schuldenaar doorlopen tot het moment waarop de slotuitdelingslijst verbindend is geworden. Als art. 296, eerste lid, Fw ook nog in aanmerking wordt genomen, lijkt de zaak rond: op grond van die bepaling omvat de boedel onder meer de goederen die de schuldenaar "tijdens de toepassing van die regeling verkrijgt." Hiervoor onder 3.4.5 werd reeds de vraag opgeworpen wat onder de "toepassing van de schuldsanering" in de zin van art. 295 Fw en 356 lid 2 Fw moet worden verstaan. Uit het door mij verrichte onderzoek naar de wetsgeschiedenis blijkt dat deze voor het antwoord op deze vraag geen aanknopingspunten biedt. Zoals hierna zal worden toegelicht, is de formulering van de desbetreffende wetsbepalingen m.i. niet goed doorgedacht en zijn deze bepalingen niet goed op elkaar aangesloten.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c15bb76528484cdfa121783f6c1938a3982b66b5da5e5f79d298241f5081431c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c15bb76528484cdfa121783f6c1938a3982b66b5da5e5f79d298241f5081431c, en de alinea staat in dat document op bytes 59931 tot 60968.