Citaat | Parket bij de Hoge Raad 24 februari 2012
Alinea 114 Parket bij de Hoge Raad 24 februari 2012
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 24 februari 2012, ECLI:NL:PHR:2012:BV0890.
3.9.1 Ik meen dat deze in onderdeel 3.8.2 aangegeven toepassing van de wet niet dwingend is en bovendien tot onredelijke uitkomsten leidt en er naar een andere, meer redelijke wetsuitleg gestreefd moet worden. Ik bepleit dan ook dat art. 296, eerste lid, Fw moet worden gelezen in het licht van art. 349a Fw. Het gevolg daarvan is dat de verplichtingen van de schuldenaar in principe ophouden met de verstrijking van de schuldsaneringstermijn van drie jaar en de saneringsboedel aan het einde van schuldsaneringstermijn wordt gefixeerd. Dit is de in onderdeel 3.8.1 van deze conclusie aangeduide lijn.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c15bb76528484cdfa121783f6c1938a3982b66b5da5e5f79d298241f5081431c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c15bb76528484cdfa121783f6c1938a3982b66b5da5e5f79d298241f5081431c, en de alinea staat in dat document op bytes 61050 tot 61665.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/c15bb76528484cdfa121783f6c1938a3982b66b5da5e5f79d298241f5081431c | shasum -a 256