Citaat | Parket bij de Hoge Raad 24 februari 2012
Alinea 122 Parket bij de Hoge Raad 24 februari 2012
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 24 februari 2012, ECLI:NL:PHR:2012:BV0890.
3.9.9 Overigens lijkt het mij van tweeën één: alle op de schuldenaar rustende verplichtingen lopen door of niet. De rechtbank heeft geoordeeld dat niettegenstaande het feit dat de op [betrokkene] rustende verplichtingen zijn geëindigd, de erfenis nog wel in de boedel valt. Ik zie niet in op welke grond de verplichtingen die het gevolg zijn van toepassing van de schuldsanering slechts voor een deel vervallen. Als de schuldenaar niet langer aangewezen is op het ingevolge art. 296 Fw vrij te laten bedrag, zie ik niet in waarom de grotere aan de schuldenaar toekomende baten, zoals de litigieuze erfenis, wel in de boedel zouden vallen. N.m.m. wordt de boedel opgebouwd in de in art. 349a Fw neergelegde termijn en wordt de boedel na het verstrijken van die termijn gefixeerd. In art. 295, lid 1 Fw dat de omvang van de saneringsboedel regelt, dienen de woorden "tijdens de toepassing van die regeling" te worden gelezen "tijdens de toepassing van die regeling gedurende de termijn van art. 349a Fw". Ik heb de indruk dat de wetgever zich niet heeft gerealiseerd dat art. 295 en art. 349a Fw - mogelijk mede vanwege de schrapping van het saneringsplan en de mogelijkheid van voorlopige schuldsanering uit de regeling - niet helemaal op elkaar aansluiten.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c15bb76528484cdfa121783f6c1938a3982b66b5da5e5f79d298241f5081431c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c15bb76528484cdfa121783f6c1938a3982b66b5da5e5f79d298241f5081431c, en de alinea staat in dat document op bytes 69917 tot 71190.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/c15bb76528484cdfa121783f6c1938a3982b66b5da5e5f79d298241f5081431c | shasum -a 256